Uitlijnen

Tijdens het uitlijnen kan door middel van sporing stellen de wegligging van de auto dusdanig beinvloed worden dat onderstuur (rechtuit willen) en overstuur (achterkant komt om) in bochten tot een minimum beperkt wordt. Bij sommigen auto’s bestaat ook de mogelijkheid om het camber te stellen tijdens het uitlijnen. In enkele gevallen kan tevens de askanteling (caster) van de wielen versteld worden tijdens het uitlijnen.

Alvorens met uitlijnen te beginnen wordt eerst bepaald of de klant de op compromissen afgestemde standaard instellingen volgens fabrieksopgaves wil volgen of juist uitsluitend belang heeft bij optimale wegligging en mogelijk iets meer bandenslijtage daarvoor op de koop toeneemt. Op ieders persoonlijke wensen kan in overleg en op basis van kennis en ervaring worden geanticipeerd om door middel van uitlijnen een resultaat tot stand te brengen dat bij u past.

Sporing(‘toe‘)

Wanneer de wielen van bovenaf gezien met de voorkant naar buiten wijzen (afbeelding links) dan is er sprake van uitspoor. Wanneer de wielen van bovenaf gezien naar binnen wijzen (afbeelding rechts) dan spreken we van toespoor.

toe__en_uitspoor_doorsnede_van_boven_2.jpg

Wielvlucht (‘camber’)

Wanneer de wielen van bovenaf gezien met de bovenkant naar buiten staan (afbeelding links) dan spreken we van positieve wielvlucht. Wanneer de wielen daarintegen met de bovenkant naar binnen staan is er sprake van negatieve wielvlucht (afbeelding rechts). In de praktijk zal een neutrale wielstand (afbeelding midden) of een licht negatieve wielstand gewenst zijn.

wielvlucht_doorsnedes_van_boven.jpg

Askanteling (‘caster’)

Behalve wielvlucht is de askanteling van betekenis voor het weggedrag van de auto. Het gaat daarbij om de hellingshoek van de stuuras, vandaar de naam askanteling. Wanneer negatieve askanteling wordt toegepast (afbeelding links) heeft dat grotere wendbaarheid van de auto tot gevolg terwijl positieve askanteling (afbeelding rechts) juist rechtuitstabiliteit zal bevorderen. De askanteling heeft bovendien gevolgen voor de mate van wielvlucht bij het insturen van een bocht zodat zaken als sporing, wielvlucht en askanteling zorgvuldig op elkaar afgestemd dienen te worden.

askanteling_doorsnedes.jpg